Geschiedenis: Formule 1 en het grondeffect
dinsdag 31 januari 2012 20:14

Formule 1-ingenieurs proberen traditiegetrouw steeds maar nieuwe ideeën aan te brengen om de concurrentie de loef af te steken. Soms leidt een bepaalde uitvinding tot een catastrofe, soms ook tot een wereldtitel. Niemand is vergeten dat Brawn GP wereldkampioen is geworden omdat zij als eerste de dubbele diffuser had geïntroduceerd. Af en toe steekt de FIA het spreekwoordelijke stokje in het wiel door een uitvinding ronduit te verbieden. Soms zijn het de teams zelf die het ontwerp afvoeren omdat het eenvoudig niet werkt, of dat het veel te duur is om verder te blijven ontwikkelen.

De redactie blies het stof van de geschiedenisboeken en zal jullie de komende weken enkele van die originele ontwerpen voorstellen. Vandaag hebben we het over het fenomeen 'grondeffect'.

Vele van de geniale innovaties in de Formule 1 ontspruiten uit het brein van de onvergetelijke Colin Chapman van Team Lotus. Zo ook het grondeffect. Zijn idee was om een lagedrukgebied onder de auto te creëren, opdat die als het ware aan de grond werd gezogen. Zo'n grondeffect zou uiteraard de snelheid in de bochten drastisch verhogen. De meest efficiënte manier om dat effect te bereiken was het aanbrengen van zijschorten aan beide kanten van de wagen. Het succes van de Lotus 79 in het jaar 1978 verplichtte de andere teams om hun FA-wagens zo snel mogelijk uit te rusten met dergelijke zijschorten.

Brabham ging nog een stapje verder en introduceerde in 1978 de zogenaamde 'ventilatorwagen', de Brabham BT46B was uitgerust met een enorme ventilator achter de motor en net onder de achtervleugel. Officieel diende dit apparaat om de motor te koelen, maar F1-experts wisten wel beter. Het resultaat was fenomenaal, de eerste uitstap van de auto betekende meteen een GP-overwinning in Zweden. De concurrentie werd platgewalst of letterlijk... weggeblazen. Net na de race regende het meteen aan klachten, zowel van de teams als de rijders. Volgens hen konden ze gewoon niet achter de auto aan rijden, want op die manier kregen ze steentjes en allerhande vuil naar hun toe geblazen. De toenmalige baas van Brabham, een zekere Bernie Ecclestone, wist zeker dat de FISA (later FIA geworden) het ontwerp zou verbieden voor de volgende race en hij besliste dan ook het systeem zelf af te voeren.

De FISA reageerde pas in 1980 en grondeffect werd verboden, omdat de veiligheid van de rijders in het gedrang kwam. Gewoontegetrouw bracht dit een politieke schermutseling teweeg tussen de FISA en de FOCA (vereniging van F1-constructeurs). Deze laatste wilde het grondeffect weer goedgekeurd krijgen, uit vrees dat haar teams de concurrentie niet meer de baas zou kunnen. Gordon Murray van Team Brabham had ondertussen niet stil gezeten en vond een achterdeurtje in de reglementeringen. De FISA had beschreven dat de hoogte van de auto constant moest blijven... in de pitlane. Zo kwam Murray op het idee om een hydraulische ophanging te ontwerpen voor de Brabham BT49C, die de wagen liet zakken eens die op het circuit rondreed. Andere teams kopieerden dit systeem quasi onmiddellijk en weer kwam de veiligheid in het gedrang. De auto's werden ook minder handelbaar. Didier Pironi vertelde toen: "Dit moet stoppen. Het voelt zo dom aan als je de pitlane binnenkomt en je eerst de ophanging moet verhogen. Dit is echt belachelijk. Wat het rijden betreft, kan ik je zeggen dat wij geen gevoel meer hebben met de auto, die heeft simpelweg geen ophanging meer als je op het circuit rijdt."

De FISA veranderde de regels terug in 1982 en grondeffect werd weer toegelaten. Met dramatische gevolgen. Iedereen herinnert zich nog de talrijke ongevallen, voornamelijk die van Gilles Villeneuve. Eén jaar later werd grondeffect definitief verboden.

Geschiedenis: Formule 1 en het grondeffect

Share

 

Login of registreer om een reactie te plaatsen